PDF
Studiewijzer
Studiewijzer — P1.W1 (31-8-2026) opstartweek
Toetsen
Algebra 1
Huiswerk
Maken van module M1
  • Maken opgave 2 t/m 5
  • Maken opgave 11, 12
1e les in de week
Activiteiten
Wat is wiskunde? Hoe gebruik je de lesmethode?
Opgaven van module M1:
  • opgave 2 en 3 (maken we klassikaal, inclusief uitlegvlak en voorbeeldvlak)
  • opgave 4 en 5 (maak je zelfstandig. bestudeer de theorie en voorbeelden)
  • Opgave 7, 9 (klassikaal)
  • Opgaven 10, 11, 12 (zelfstandig aan werken. Maak thuis af, wat in de klas niet af komt).
2e les in de week
Activiteiten
Indien deze week twee kernlessen de helft van volgende week erbij. Dit compenseert weer in de week 3 (de week van het brugklaskamp)

Als je niet in één keer ziet met welk getal je moet vermenigvuldigen of delen, kan het handig zijn om eerst terug te rekenen naar 1. Je doet dit altijd in de rij waarin al twee getallen bekend zijn.
Voorbeeld
  • Je kunt beide vragen tegelijk beantwoorden door een verhoudingstabel met drie rijen te maken.
    In de linker verhoudingstabel weet je op de bovenste rij twee getallen: 100 en 4,76.
    Daarom reken je op de bovenste rij terug naar 1. Voeg een kolom toe in het midden.

    R1 paragraaf 2.2 voorbeeld-plaatjeOp de bovenste rij kun je nu snel zien dat je door 100 moet delen (om 1 te krijgen) en daarna met 4,76 moet vermenigvuldigen. Door dat op de tweede en de derde rij ook te doen met de getallen 43 en 38 vind je in de laatste kolom de antwoorden op de gestelde vragen.

    Belangrijk! Vul in de middelste kolom op de tweede en derde regel geen tussenuitkomsten in!
    Als je deze tussenuitkomsten afrondt, krijg je namelijk verkeerde eindantwoorden.
    Het uitrekenen van deze tussenuitkomsten is ook niet nodig! Het gaat om de deling door 100 en de vermenigvuldiging met 4,76. Schrijf je berekening daarom als volgt op:
    Er gaan 43 : 100 x 4,76 = 2,05 miljoen mensen naar een warm land op vakantie en er blijven 38 : 100 x 4,76 = 1,81 miljoen mensen in Nederland.
  • Extra
    Opgaven
    1. 7.
      Vul de onderstaande verhoudingstabellen in. Rond in de laatste kolom af op gehele getallen.
      Basisvraag
      a.
      R1 vraag 7 onderdeel a
       
      Toon antwoord
      R1 antwoord vraag 7a
      b.
      R1 vraag 7b
       
      Toon antwoord
      R1 antwoord vraag 7b
    2. Uitdaging
      8.
      Uit een betrouwbare enquête blijkt dat 85 van de 421 ondervraagde automobilisten in de weekenden regelmatig met teveel alcohol op achter het stuur zit. Op een zaterdagavond worden er in het hele land alcoholcontroles uitgevoerd. In totaal moeten er 3781 mensen blazen. Hoeveel van deze mensen hebben naar verwachting teveel alcohol op?
      Schrijf je antwoord zowel met een verhoudingstabel op als met een korte berekening.
       
      Toon antwoord
      Er hebben 85 : 421 x 3781 = 763 mensen te veel alcohol gedronken.
      R1 antwoord op vraag 8
    3. 9.
      Maja kan foutloos 350 letters typen in 2,5 minuten.
      Uitdaging
      a.
      Hoe lang doet ze over een verhaal van 13674 letters?
       
      Toon antwoord
      Van 350 naar 13674 in een verhoudingstabel is eerst delen door 350 dan vermenigvuldigen met 13674. Antwoord is 2,5 : 350 x 13674 = 98 minuten.
      In de tijd dat Maja 5 bladzijden typt, kan Ruud er maar 3,5 typen.
      b.
      Hoe lang zou Ruud doen over het verhaal van 13674 letters?
       
      Toon antwoord
      R1 antwoord vraag 9Uit de verhoudingstabel blijkt dat in de tijd dat Maja 350 letters typt Ruud er maar 245 kan typen. Ruud typt dus 245 letters in 2,5 minuten. Verder gaat het op de zelfde manier als bij onderdeel a. Antwoord is 2,5 : 245 x 13674 = 140 minuten.

      Snellere berekening. Snelheid Ruud : Snelheid Maja = 3,5 : 5 = 7 : 10. Dus bij Ruud duurt het 10/7 keer zo lang. Dus snelheid Ruud is 98 : 7 x 10 = 140 minuten.