Op de bovenste rij kun je nu snel zien dat je door 100 moet delen (om 1 te krijgen) en daarna met 4,76 moet vermenigvuldigen. Door dat op de tweede en de derde rij ook te doen met de getallen 43 en 38 vind je in de laatste kolom de antwoorden op de gestelde vragen.



Uit de verhoudingstabel blijkt dat in de tijd dat Maja 350 letters typt Ruud er maar 245 kan typen. Ruud typt dus 245 letters in 2,5 minuten. Verder gaat het op de zelfde manier als bij onderdeel a. Antwoord is 2,5 : 245 x 13674 = 140 minuten.