Wat is wiskunde? Hoe gebruik je de lesmethode? Opgaven van module M1:
opgave 2 en 3 (maken we klassikaal, inclusief uitlegvlak en voorbeeldvlak)
opgave 4 en 5 (maak je zelfstandig. bestudeer de theorie en voorbeelden)
Opgave 7, 9 (klassikaal)
Opgaven 10, 11, 12 (zelfstandig aan werken. Maak thuis af, wat in de klas niet af komt).
2e les in de week
Activiteiten
Indien deze week twee kernlessen de helft van volgende week erbij. Dit compenseert weer in de week 3 (de week van het brugklaskamp)
Je kunt gelijke verhoudingen opschrijven in een verhoudingstabel. Door boven en onder met hetzelfde getal te vermenigvuldigen of door hetzelfde getal te delen krijg je steeds weer nieuwe getallenparen die dezelfde verhouding hebben. Zo zie je in de tabel hiernaast dat 4 : 3 gelijk is aan 8 : 6 , en ook gelijk aan 80 : 60 en aan 20 : 15 .
Voorbeeld
Schrijf de verhouding 3,4 : 5,1 zo eenvoudig mogelijk.
Maak een verhoudingstabel.
De eenvoudigste verhouding is dus 2 : 3.
Opgaven
3.
Vul de onderstaande verhoudingstabellen verder in.
Aanleervraag
a.
Toon antwoord
b.
Toon antwoord
c.
Toon antwoord
4.
Schrijf de volgende verhoudingen zo eenvoudig mogelijk. Maak eventueel eerst een tabel.
Basisvraag
a.
20 : 12
Toon antwoord
5 : 3
b.
18 : 45
Toon antwoord
2 : 5
c.
1 : 0,2
Toon antwoord
5 : 1
d.
1200 : 250
Toon antwoord
24 : 5
e.
0,4 : 1
Toon antwoord
2 : 5
f.
1,3 : 2,7
Toon antwoord
13 : 27
5.
Een auto rijdt met constante snelheid 14 km in 10 minuten. Jens wil weten hoeveel km/uur dit is. Hij wil hiervoor een verhoudingstabel gebruiken.
Uitdaging
a.
Welke drie getallen komen er in deze tabel te staan?
Klik hier om de eerste tip te zien 1
Welke getallen staan er in de vraag
14 en 10
Klik hier om de eerste tip te zien 2
Wat wil je weten en welk getal is dat?
Je wilt weten per uur. Dus 60 minuten.
Toon antwoord
De getallen 14, 10 en 60 (1 uur = 60 minuten)
b.
Welke vermenigvuldigingsfactor komt er bij de pijltjes te staan?
Toon antwoord
60 : 10 = 6, dus de factor is 6
c.
Bereken de snelheid in km/uur.
Klik hier om de eerste tip te zien 1
Je weet het aantal afgelegde kilometer in 10 minuten. Wat is het aantal kilometer in een uur (60 minuten)?
6 keer zo veel.
Toon antwoord
De snelheid is 14 x 6 = 84 km/uur.
6.
Om limonade te maken moet er 60 mL (milliliter) siroop bij 750 mL water.
Basisvraag
a.
Bereken de kleinste verhouding siroop : water
Toon antwoord
siroop : water = 2 : 25
b.
Yasha heeft per ongeluk 80 mL siroop gebruikt. Hoeveel water moet hij er bij doen om de limonade op de juiste smaak te krijgen?
Toon antwoord
80 : 60 x 750 = 1000 mL
c.
Hoeveel siroop moet je bij 2 liter water doen om deze limonade te maken?
Toon antwoord
2 liter = 2000 mL, dus 2 keer zoveel als bij vraag b. Dus 2 x 80 = 160 mL.