PDF
Studiewijzer
Studiewijzer — P1.W1 (31-8-2026) opstartweek
Toetsen
Algebra 1
Huiswerk
Maken van module M1
  • Maken opgave 2 t/m 5
  • Maken opgave 11, 12
1e les in de week
Activiteiten
Wat is wiskunde? Hoe gebruik je de lesmethode?
Opgaven van module M1:
  • opgave 2 en 3 (maken we klassikaal, inclusief uitlegvlak en voorbeeldvlak)
  • opgave 4 en 5 (maak je zelfstandig. bestudeer de theorie en voorbeelden)
  • Opgave 7, 9 (klassikaal)
  • Opgaven 10, 11, 12 (zelfstandig aan werken. Maak thuis af, wat in de klas niet af komt).
2e les in de week
Activiteiten
Indien deze week twee kernlessen de helft van volgende week erbij. Dit compenseert weer in de week 3 (de week van het brugklaskamp)

Een verhouding noteer je met behulp van een dubbele punt (deelteken).
Bijvoorbeeld: lengte : breedte = 3 : 5.
Uitspraak: 'de lengte staat tot de breedte is als drie staat tot vijf'.
Voorbeeld
  • Voorbeelden van betekenissen van verhoudingen
  • Dit betekent dat de lengte (het eerste getal) 4 keer zo groot is als de breedte (het tweede getal).
  • Hieruit volgt dat het aantal jongens $\fraq{2}{3}$deel is van het aantal meisjes.
  • Dit betekent dat de bloem in werkelijkheid een factor 4 keer zo groot is als op de foto.
  • Bovenstaande uitspraak betekent dat elke hoeveelheid van dat drankje bestaat uit 3 delen sinaasappelsap en 7 delen mangosap.
  • De verhouding tussen aantal kilometers en het aantal uren is kilometers : uren = 50 : 1.
  • Extra
    Opgaven
    1. 1.
      In deze opgave maak je kennis met de verschillende betekenissen van verhoudingen.
      text
      Aanleervraag
      Van een huis verhouden de lengte en de breedte zich als 3 : 2.
      a.
      Hoeveel keer zo groot is de lengte als de breedte van dit huis?
       
      Toon antwoord
      3 : 2 = 1,5 keer zo groot.
      b.
      Bereken de lengte van dit huis als het 6 meter breed is.
       
      Toon antwoord
      1,5 x 6 = 9 meter
      Eline heeft een mooie vierkante foto laten vergroten. De vergrotingsfactor is 5.
      c.
      Hoe verhouden zich de lengte van de originele foto en die van de vergroting?
       
      Toon antwoord
      Vergroting : origineel = 5 : 1
      Eline legt de originele foto langs de rand van de vergroting.
      d.
      Welk deel van de lengte van de kopie wordt bedekt door de originele foto?
       
      Toon antwoord
      Het origineel is 5 keer zo klein als de foto, dus 1/5 deel.
      Een auto rijdt met constante snelheid 80 km/uur.
      e.
      Hoeveel km rijdt deze auto in 3 uur?
       
      Toon antwoord
      3 x 80 = 240 km
      f.
      Na hoeveel uur heeft deze auto 120 km afgelegd?
       
      Toon antwoord
      120 = 1,5 x 80, dus in 1,5 uur.
      In een blik verf zijn de kleuren blauw en geel gemengd in de verhouding 7 : 3. Het blik bevat 100 milliliter verf.
      g.
      Hoeveel milliliter blauw en hoeveel milliliter geel zit er in dit blik?
       
      Toon antwoord
      7 + 3 = 10 delen verf komt overeen met 100 milliliter, dus 1 deel = 10 milliliter.
      Er zitten 7 delen van 10 milliliter blauw in het blik, dus totaal 70 milliliter blauw.
      Er zitten 3 delen van 10 milliliter geel in het blik, dus totaal 30 milliliter blauw.